| Met zijn vriendin Céline trekt Peter Delpeut drie maanden lang per toerfiets van de oostkust naar de westkust van Amerika. Het is de eerste keer dat hij zo'n afstand met de fiets aflegt. Hij begint zijn reis met een vaag romantisch verlangen naar het oude, langzame reizen. Maar er zit, zoals hij zegt, een auto in zijn hoofd, die zich hardnekkig bemoeit met zijn ervaring van afstand, snelheid en landschap. Pas in de onafzienbare Chihuahua-woestijn in Texas vindt hij het ritme van de fiets. Delpeut is niet de eerste die een onzeker avontuur over de eindeloze Amerikaanse wegen heeft gezocht. Hij spiegelt zich aan voorgangers als Karl Kron en Thomas Stevens, die nog voor het eind van de negentiende eeuw het continent op de fiets doorkruisten. |